Artikel · Datamodel

Het sterschema in Power BI: feiten, dimensies en waarom het werkt

Het sterschema zet feiten in het midden en dimensies eromheen. Zo filter je eenvoudig, rekent het model snel en tellen totalen goed. Met het demomodel.

Jan-Willem den Hollander · 26 oktober 2026 · 5 minuten lezen

Kort gezegd
  1. Feiten in het midden: wat er gebeurde. Dimensies eromheen: hoe je kijkt
  2. Relaties van dimensie naar feit, één op veel, in één richting
  3. Begroting en realisatie naast elkaar via dezelfde dimensies
Reken uit wat je nodig hebt

Het sterschema is een manier om een datamodel op te bouwen: feitentabellen in het midden, dimensietabellen eromheen. De feiten bevatten wat er gebeurde, zoals boekingen, uren of verkopen. De dimensies bevatten waarmee je kijkt, zoals datum, kostenplaats en rekening. Power BI werkt er het best mee: filters zijn voorspelbaar, totalen kloppen en het model blijft snel.

In dit artikel lees je wat feiten en dimensies zijn, hoe de relaties lopen, waarom het werkt en wat je moet vermijden. Het voorbeeld is het model van de Noordkade-demo. Meer over modellen in het algemeen staat in de gids over het Power BI-datamodel.

Feiten en dimensies

Feiten zijn de gebeurtenissen die je meet. Een boeking in het grootboek, een begroot bedrag per maand, een aantal fte per afdeling. Een feitentabel is lang en smal: veel regels, weinig kolommen. Bijna elke kolom is een bedrag, een aantal of een verwijzing naar een dimensie.

Dimensies zijn de manieren waarop je naar die feiten kijkt. Per maand, per kostenplaats, per rekening. Een dimensietabel is kort en breed: één regel per kostenplaats of per dag, met alle beschrijvende kolommen. Bij de kostenplaats horen de naam, de afdeling en de verantwoordelijke.

Het onderscheid maak je met een eenvoudige vraag: tel ik het op, of filter ik ermee? Wat je optelt, is een feit. Waarmee je filtert, is een dimensie.

Het model van Noordkade

Grootboekelke boekingBegrotingper maand en rubriekFTEper maand en afdelingDatumjaar, maand, dagKostenplaatsafdeling, eigenaarRekeningrekeningschemaRubriekregel in de W&Vfeiten: wat er gebeurdedimensies: hoe je kijkt+ 27 measures in ééntabel Kengetallen
Het model van de demo als sterschema. Drie feitentabellen in het midden, vier dimensies eromheen. Een filter op kostenplaats werkt meteen voor grootboek, begroting en fte.

Het model van Noordkade Techniek, het fictieve installatiebedrijf uit de demo, heeft drie feitentabellen:

  • Grootboek: elke boeking, met datum, rekening, kostenplaats en bedrag;
  • Begroting: het begrote bedrag per maand, kostenplaats en rubriek;
  • FTE: het aantal fte per maand en kostenplaats.

En vier dimensies: Datum, Kostenplaats, Rekening en Rubriek. Rekening hangt aan Rubriek, zodat elke rekening bij een regel in de winst-en-verliesrekening hoort.

De korrel: één regel waarvan?

Bij elke feitentabel hoort één vraag: waar staat één regel voor? Dat heet de korrel. In het grootboek van Noordkade is één regel één boeking. In de begroting is één regel één maand, één kostenplaats en één rubriek. In de tabel FTE is één regel één maand en één kostenplaats.

De korrel bepaalt wat je kunt laten zien. Omdat de begroting per maand staat, kun je de begroting niet per dag tonen. Omdat het grootboek per boeking staat, kun je doorklikken tot de factuur. Schrijf de korrel van elke feitentabel op, en meng nooit twee korrels in één tabel. Een tabel met deels boekingen en deels maandtotalen telt altijd ergens dubbel.

Hoe de relaties lopen

Een relatie in een sterschema loopt van de dimensie naar het feit. Eén kostenplaats hoort bij veel boekingen. Dat heet een relatie van één op veel.

De filterrichting gaat mee: kies je in een rapport een kostenplaats, dan filtert die keuze de boekingen. Niet andersom. Die ene richting maakt het model voorspelbaar. Je weet altijd welke filter waar effect heeft.

Het mooiste effect zie je bij de begroting. Die staat per maand, de boekingen per dag. Toch kun je ze naast elkaar zetten, omdat allebei aan dezelfde dimensies hangen. Kies utiliteit en juni, en het model filtert zowel de boekingen als de begroting op utiliteit in juni. Realisatie en begroting staan vanzelf naast elkaar.

Waarom het werkt

  • Eenvoudig filteren. Elke dimensie filtert alle feiten die eraan hangen. Eén slicer op kostenplaats werkt voor het hele rapport.
  • Kloppende totalen. Omdat elke boeking één keer in de feitentabel staat, telt niets dubbel. In één grote platte tabel met opzoekkolommen gaat dat makkelijk mis.
  • Snel. Power BI slaat gegevens per kolom op en comprimeert ze. Een lange smalle feitentabel en korte dimensies passen daar precies bij. Ook met miljoenen regels blijft het model snel.
  • Begrijpelijk. Wie het schema ziet, begrijpt het model. Dat helpt collega’s, en ook Copilot.

Van tabblad naar ster

Wie uit Excel komt, is gewend aan één groot tabblad met alles erin. Dat is het tegenovergestelde van een sterschema.

In ExcelVERT.ZOEKENalles in één tabblad, aangevuld met formulesIn een modelGrootboekDatumRekeningKostenplaatsBegrotingelke tabel één keer, verbonden met relaties
Links één groot tabblad met opzoekformules. Rechts het begin van een sterschema: het grootboek in het midden, de dimensies eromheen, elk één keer opgeslagen.

De omzetting gaat in drie stappen. Haal elke kolom die je met VERT.ZOEKEN ophaalt uit de grote tabel, en maak er een eigen dimensietabel van. Houd in de feitentabel alleen de verwijzing over, zoals het rekeningnummer. En leg de relatie tussen die verwijzing en de dimensie.

Meestal begint het met Excel-exports. Daar maak ik een logisch sterschema van: een paar feitentabellen en meerdere dimensies. De kunst zit in de unieke sleutels. Een export bevat vaak een naam in plaats van een code, of een code die niet overal hetzelfde is geschreven. Pas als elke kostenplaats, klant of polis een unieke sleutel heeft, kloppen de relaties.

Ontwerpen vanuit de vragen

Begin een sterschema niet bij de tabellen die er zijn, maar bij de vragen. Welke getallen wil je zien? Dat worden de feiten. Hoe wil je ze opsplitsen? Per maand, per afdeling, per klant? Dat worden de dimensies. Wil de directie de marge per project zien, dan heb je een dimensie Project nodig, en een projectnummer in elke boeking.

Zo zie je meteen wat er ontbreekt. Staat het projectnummer alleen in de omschrijving, zoals bij Noordkade, dan weet je dat de bron moet worden aangepast voordat het model de vraag kan beantwoorden.

Een sneeuwvlok is ook goed

In het model van Noordkade hangt Rubriek niet aan de feiten, maar aan Rekening. Dat heet een sneeuwvlokschema: een dimensie die aan een andere dimensie hangt. In theorie is een zuiver sterschema beter. In de praktijk is een kleine sneeuwvlok prima, zeker als de begroting op rubriek staat en het grootboek op rekening. Houd het wel beperkt tot één extra laag.

Wat je moet vermijden

  • Relaties tussen feitentabellen. Koppel het grootboek nooit rechtstreeks aan de begroting. Laat ze allebei aan dezelfde dimensies hangen.
  • Relaties in beide richtingen. Het lijkt handig als een filter twee kanten op werkt, maar het maakt het model onvoorspelbaar en traag. Gebruik het alleen als je precies weet waarom.
  • Veel op veel. Een relatie waarbij aan beide kanten meerdere regels horen, geeft verrassende totalen. Meestal ontbreekt er een dimensie die het oplost.

Wat ik vaak zie misgaan

  • Eén platte tabel. Alles in één tabel, zoals in Excel. Werkt tot er een tweede feitentabel bij komt, zoals de begroting.
  • Dimensies met dubbele regels. Een kostenplaats die twee keer in de dimensie staat, verdubbelt de bedragen. Controleer dat elke sleutel uniek is.
  • Beschrijvingen in de feitentabel. De naam van de kostenplaats in elke boeking. Zet die in de dimensie, dan is het model kleiner en pas je een naam op één plek aan.

Wat je nu kunt doen

  1. Teken je huidige model op papier. Welke tabellen tel je op, en met welke filter je?
  2. Zoek de relaties in beide richtingen en die tussen feitentabellen. Dat zijn de eerste plekken om aan te pakken.
  3. Wil je een model samen met je team opnieuw opzetten? Dan ontwerp ik het sterschema en bouwt je team het, met mij als coach.
Zelf bouwen, met iemand die meekijkt?

Je team bouwt zelf, ik ontwerp het model en review elke stap. Dat kan vanaf een half dagdeel per week.

Reken uit wat je nodig hebt

Veelgestelde vragen

Wat is een sterschema?

Een manier om een datamodel op te bouwen met feitentabellen in het midden en dimensietabellen eromheen. Feiten bevatten wat er gebeurde, zoals boekingen. Dimensies bevatten waarmee je kijkt, zoals datum en kostenplaats.

Wat is het verschil tussen een feitentabel en een dimensietabel?

Een feitentabel is lang en smal: veel regels met bedragen of aantallen. Een dimensietabel is kort en breed: één regel per kostenplaats, rekening of dag, met beschrijvende kolommen.

Waarom raadt Microsoft een sterschema aan?

Omdat Power BI er het best mee werkt. Filters zijn voorspelbaar, totalen kloppen en het model blijft snel, ook met veel gegevens.