De complete gids
Stuurinformatie: de getallen waarop je echt stuurt
Stuurinformatie is informatie die leidt tot een besluit: een getal, een vergelijking en iemand die er iets mee doet. Het verschil met gewone rapportage is de vraag erachter. In deze gids lees je wat stuurinformatie is, hoe je de juiste KPI's kiest en vastlegt, en hoe je zorgt dat er ook echt op gestuurd wordt.
- Wat is stuurinformatie? Uitleg met voorbeelden · 5 min
- Stuurinformatie in de zorg: bezetting, wachtlijst en productie · 5 min
- KPI's bepalen in vijf stappen: van doel naar drie getallen · 5 min
- Een KPI-woordenboek opzetten en bijhouden · 6 min
- Een KPI-dashboard voor je team: voorbeelden buiten finance · 5 min
- Datagedreven werken in de praktijk: waar het misgaat · 5 min
Wat is stuurinformatie?
Stuurinformatie is informatie die leidt tot een besluit. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar de meeste rapportages leveren informatie, geen stuurinformatie. Ze laten zien wat er gebeurde, en laten de vraag wat je ermee doet aan de lezer over.
Het verschil zit in drie dingen die erbij komen: een vergelijking, een verklaring en een eigenaar. Neem de omzet van augustus bij Noordkade Techniek, het fictieve installatiebedrijf uit de demo.
"De omzet is 591.449 euro" is informatie. "De omzet is 27.651 euro onder plan, vooral bij utiliteit" is stuurinformatie. Daar kan de manager utiliteit iets mee, en het overleg ook. Het getal is hetzelfde. De vraag erachter maakt het verschil.
Vier kenmerken van goede stuurinformatie
Of informatie stuurt, kun je toetsen. Goede stuurinformatie heeft vier kenmerken.
- Op tijd. Bijsturen kan alleen zolang er nog iets te sturen valt. Cijfers over september die halverwege oktober komen, zijn geschiedenis.
- Vergelijkbaar. Elk getal staat naast een norm: de begroting, vorig jaar, of een doel. Zonder vergelijking weet niemand of 61,7 procent marge goed of slecht is.
- Beïnvloedbaar. Iemand kan er zelf iets aan doen. Een teamleider stuurt op de bezetting van zijn team, niet op het resultaat van het hele bedrijf.
- Eenduidig. Elk getal heeft één definitie. Als sales en finance een andere omzet hebben, gaat het overleg over welk getal klopt, en niet over wat je eraan doet.
Het vierde kenmerk is het lastigste, en het belangrijkste. Het is ook het werk van een goed datamodel: elke KPI wordt één keer berekend, en elk rapport leest daaruit.
KPI's bepalen in vijf stappen
Een KPI, een kritieke prestatie-indicator, is een getal dat je vast volgt omdat het iets zegt over een doel. De meeste organisaties hebben er te veel, en de verkeerde. Dat komt doordat ze beginnen bij de data die er is. Begin bij de vragen.
- Begin bij de doelen. Wat wil de organisatie dit jaar bereiken? Meer marge, minder verzuim, kortere wachttijden? Drie tot vijf doelen zijn genoeg.
- Kies per doel een paar KPI's. Wat laat zien of je dichter bij dat doel komt? Kies een KPI die achteraf meet, zoals de marge, en een die vooruit kijkt, zoals de orderportefeuille.
- Maak ze beïnvloedbaar per team. Vertaal de KPI's naar wat een team zelf kan sturen. De directie stuurt op het resultaat, de projectleider op de marge van zijn projecten. Per team hooguit drie.
- Leg ze vast. Per KPI een definitie, een berekening, een bron, een eigenaar en een norm. Hoe dat eruitziet, staat hieronder.
- Toets na drie maanden. Wordt er op gestuurd? Komt een KPI in het overleg nooit ter sprake, haal hem dan weg. Een KPI die niemand gebruikt, kost alleen onderhoud.
Een KPI vastleggen
Een KPI zonder definitie is een discussie die nog moet komen. Leg daarom per KPI zeven dingen vast. Zo ziet dat eruit voor de brutomarge van Noordkade.
| Veld | Brutomarge bij Noordkade |
|---|---|
| In gewone taal | Wat er overblijft van de omzet na de directe kosten van het werk |
| Berekening | Omzet min kostprijs, gedeeld door omzet |
| Wat telt mee | Kostprijs is inkoop materialen, onderaanneming, inhuur en huur van materieel. Geen eigen personeel |
| Bron | Grootboek, met de rubrieken uit het rekeningschema |
| Eigenaar | Controller |
| Norm | Signaal als een kostenplaats meer dan 5 procentpunt onder zijn eigen gemiddelde zakt |
| Waar je hem ziet | Maandrapportage en dashboard per kostenplaats |
Bundel die definities in een KPI-woordenboek. Dan weet iedereen wat een getal betekent, en wie beslist als iemand het anders wil tellen. In het KPI-woordenboek staan twaalf financiële KPI's uitgewerkt, met een lege definitiekaart voor je eigen KPI's.
Een KPI-dashboard dat gebruikt wordt
Een KPI-dashboard zet de KPI's van een organisatie of team op één scherm. Of het gebruikt wordt, hangt minder af van de grafieken dan van drie keuzes.
- Weinig getallen. Zes tot acht op het eerste scherm. Elk getal dat erbij komt, maakt de andere minder belangrijk.
- Kleur alleen bij een afwijking. Leg per KPI een drempel vast. Alleen wat erboven komt, wordt geel of rood. Als alles kleurt, valt niets meer op.
- Doorklikken naar de oorzaak. Van het totaal naar het team, naar het project, naar de boeking. Een signaal zonder klik roept alleen een vraag op.
En kijk na een paar maanden naar het gebruik. Power BI houdt bij hoe vaak een rapport wordt geopend. Een dashboard dat niemand opent, mist zelden een grafiek. Het mist meestal een vraag. Hoe de financiële kant eruitziet, lees je in de gids over het financieel dashboard.
Het stuurritme: van getal naar besluit
Stuurinformatie werkt pas als er een vast moment is waarop je ernaar kijkt. Zonder ritme blijft het dashboard een naslagwerk. Met ritme wordt het een gewoonte.
Een maandelijks overleg op basis van stuurinformatie heeft drie vragen, in deze volgorde. Wat wijkt af? Waarom? Wat gaan we doen, wie doet het en wanneer is het klaar? De eerste twee beantwoordt het dashboard met de toelichting. De derde is het werk van het overleg. Noteer de acties, en begin het volgende overleg met de vraag wat ervan terecht is gekomen.
De toelichting bij de cijfers is daarbij het scharnier. Hoe je die schrijft, lees je in de gids over je maandrapportage automatiseren.
Stuurinformatie per sector
De principes zijn overal gelijk. De KPI's verschillen. Drie voorbeelden van drie getallen waar een team echt op stuurt.
| Sector | Drie KPI's per team | Waarom deze |
|---|---|---|
| Zorg | Bezetting, wachtlijst, wachttijd | Capaciteit en toegang in één beeld. Een hoge bezetting met een groeiende wachtlijst vraagt om een ander besluit dan een lage bezetting met een korte. |
| Techniek en projecten | Projectmarge, declarabele uren, onderhanden werk | Marge en inzet per project, en het werk dat nog gefactureerd moet worden. |
| Groothandel | Brutomarge per productgroep, leverbetrouwbaarheid, voorraad die blijft liggen | Waar het geld wordt verdiend, of klanten krijgen wat ze bestelden, en wat er vastzit in het magazijn. |
In de zorg heet stuurinformatie vaak managementinformatie of productie-informatie. De vraag is dezelfde: wat moeten we deze maand anders doen? De voorbeelddashboards per vakgebied staan op de pagina voorbeelden.
Datagedreven werken: waar het misgaat
Datagedreven werken betekent besluiten nemen op cijfers die iedereen vertrouwt, in een vast ritme. Het gaat zelden mis op de techniek. Het gaat mis op vier andere plekken.
- Twee getallen voor hetzelfde. Zodra het overleg gaat over welk getal klopt, is het vertrouwen weg. Eén definitie per KPI, in één model, voorkomt dat.
- Te veel KPI's. Twintig getallen per team volgt niemand. Drie wel.
- Geen eigenaar. Een KPI waar niemand op wordt aangesproken, verandert niet.
- Geen ritme. Het dashboard is er, maar er is geen moment waarop het besproken wordt. Dan wordt het na een paar maanden niet meer geopend.
Vraag drie collega's, los van elkaar, naar de brutomarge van vorige maand. Krijg je drie keer hetzelfde getal, dan heeft die KPI een definitie die werkt. Krijg je drie verschillende getallen, of drie keer "dat moet ik even opzoeken", dan weet je waar je begint.
Wat je nu kunt doen
- Schrijf de drie tot vijf doelen van dit jaar op. Leg ze naast de KPI's die jullie nu rapporteren. Welke KPI hoort bij geen enkel doel?
- Leg drie KPI's vast met het KPI-woordenboek: definitie, bron, eigenaar en norm.
- Plan het ritme. Eén vast overleg per maand, met de drie vragen: wat wijkt af, waarom, en wat doen we. Wil je sparren over welke KPI's bij jullie horen? Plan 30 minuten.
Verder lezen over stuurinformatie en KPI's
Elk artikel beantwoordt één vraag uit deze gids, met een voorbeeld en iets wat je meteen kunt doen.
- 5 minuten lezenDatagedreven werken in de praktijk: waar het misgaatDatagedreven werken mislukt zelden op de techniek. Het gaat mis op vertrouwen, te veel KPI's, eigenaarschap en ritme. Zo begin je klein en houd je het vol.
- 5 minuten lezenEen KPI-dashboard voor je team: voorbeelden buiten financeEen KPI-dashboard voor operatie, HR, zorg of sales. Welke KPI's erop horen, waar de cijfers vandaan komen en hoe een team er elke week mee stuurt.
- 6 minuten lezenEen KPI-woordenboek opzetten en bijhoudenZo zet je een KPI-woordenboek op en houd je het bij: welke velden erin horen, wie eigenaar is, wie tekent en hoe je een definitie wijzigt.
- 5 minuten lezenKPI's bepalen in vijf stappen: van doel naar drie getallenZo bepaal je KPI's: begin bij de doelen, kies per doel een paar getallen, maak ze per team beïnvloedbaar, leg ze vast en toets na drie maanden.
- 5 minuten lezenStuurinformatie in de zorg: bezetting, wachtlijst en productieStuurinformatie in de zorg: welke KPI's per team, waarom je bezetting en wachtlijst samen leest, waar de data vandaan komt en hoe je met privacy omgaat.
- 5 minuten lezenWat is stuurinformatie? Uitleg met voorbeeldenStuurinformatie is informatie die tot een besluit leidt: een getal, een vergelijking, een verklaring en een eigenaar. Uitleg met voorbeelden.
Veelgestelde vragen
Wat is stuurinformatie?
Informatie die leidt tot een besluit. Een getal met een vergelijking, een verklaring en iemand die er iets mee doet. Omzet is informatie. Omzet onder plan, met de oorzaak en een eigenaar die actie neemt, is stuurinformatie.
Wat is het verschil tussen een KPI en stuurinformatie?
Een KPI is een vast getal dat je volgt, zoals brutomarge of verzuim. Stuurinformatie is breder: de KPI met zijn vergelijking, de verklaring van een afwijking en het besluit dat eruit volgt. Een KPI zonder vergelijking en zonder eigenaar is nog geen stuurinformatie.
Hoeveel KPI's heb je nodig?
Op het overzicht voor de directie zes tot acht. Per team hooguit drie, waar dat team zelf invloed op heeft. Wie meer meet, stuurt meestal minder, omdat niemand alle getallen bijhoudt.
Hoe bepaal je KPI's?
Begin bij de doelen en de vragen van de directie, niet bij de beschikbare data. Kies per doel een paar KPI's, maak ze beïnvloedbaar per team, leg per KPI een definitie, eigenaar en norm vast, en kijk na drie maanden of er echt op gestuurd wordt.
Wat is een KPI-dashboard?
Een scherm met de KPI's van een organisatie of team, elk naast een vergelijking zoals de begroting of vorig jaar. Een goed KPI-dashboard laat met kleur alleen afwijkingen boven een drempel zien, en je kunt doorklikken naar de oorzaak.
Wat is datagedreven werken?
Besluiten nemen op basis van cijfers die iedereen vertrouwt, in een vast ritme. Het gaat minder om technologie dan om afspraken: één definitie per KPI, een eigenaar per getal en een overleg waarin afwijkingen tot acties leiden.
Welke drie getallen moet elk team volgen?
In 30 minuten kijken we naar jullie doelen en wat de eerste KPI's zouden zijn.